3e graad: WETENSCHAPPEN – WISKUNDE

3e graad: WETENSCHAPPEN – WISKUNDE

Lesuren per week Jaar V Jaar IV
Godsdienst 2 2
Esthetica 1 1
Geschiedenis 2 2
Lichamelijke opvoeding 2 2
Nederlands 4 4
Engels 2 2
Frans 3 3
Wiskunde 6 6
Aardrijkskunde 2 1
Biologie 2 2
Chemie 2 2
Fysica 2 2+1
SOHO 1
Keuzeseminarie
      Actualiteit 1
      Architectuur 2 1
      Boekhouden
      Initiatie boekhouden 1
      Creatief schrijven 1
      Economische initiatie 2
      Filosofie 2 1
      Journalistiek 2
      Mini-onderneming
      Programmeren 2 1
      SAV 1
      Spaans 2 1
      Sport 2 1
      Techniek 2 1
      Wetenschappelijke verdieping
      Wiskunde 2 1
Totaal 32u. 32u.

 

 

Doel

Wetenschappen

  • Zoals in de tweede graad in de studierichting Wetenschappen biedt het “tweede” lesuur voor elk wetenschapsvak ruimte voor een aantal extra accenten: meer laboratoriumproeven, leerlingenpractica en aandacht voor onderzoekvaardigheden.
  • In het zesde jaar leidt dit tot een grote opdracht waarin de leerlingen hun onderzoekcompetentie voor wetenschappen kunnen aantonen.
  • Daarnaast kan er tijdens dit “tweede” lesuur ook wat dieper ingegaan worden op bepaalde onderdelen van de leerstof, onder andere door oefeningen met een grotere (wiskundige) moeilijkheidsgraad en praktijkvoorbeelden die aansluiten bij de reële leefwereld.
  • De pool Wetenschappen biedt je een ruime basiskennis voor alle daaraan gerelateerde studierichtingen in het hoger onderwijs.

Wiskunde

  • Wiskunde vormt de theoretische basis voor verschillende andere wetenschappen.
  • Bovendien speelt wiskunde een belangrijke, maar vaak onzichtbare rol in het dagelijks leven.
  • De abstracte en gestructureerde manier van denken is een belangrijke vaardigheid bij het verder studeren.

 

Inhoud

Wetenschappen

  • In de pool Wetenschappen zijn er voor elk wetenschapsvak (aardrijkskunde, biologie, chemie en fysica) in het vijfde jaar twee lesuren voorzien.
  • In het zesde jaar krijg je één uur aardrijkskunde en twee uur biologie, chemie en fysica, behalve in de studierichting Wetenschappen – Wiskunde, waar een derde uur fysica ingericht wordt.
    Ter vergelijking: in andere studierichtingen met de pool Wiskunde krijg je één uur van elk wetenschapsvak.
  • Naast het verwerven van een ruime wetenschappelijke kennis in de verschillende vakken, ligt het accent vooral op het aanleren van een gedegen aanpak van een wetenschappelijk probleem. Door analoge oplossingsstrategieën in de verschillende wetenschapsvakken te hanteren, leer je een globaal bruikbare onderzoekvaardigheid aan.

Wiskunde

  • Je kiest voor een studierichting waarin de wiskunde theoretisch wordt opgebouwd.
  • Je kiest voor leerstof die je met voldoende inzicht moet kunnen verwerken.

 

Doel

  • Je hebt een brede interesse voor wetenschappen in het algemeen.
  • Je wil logisch en probleemoplossend denken. Je hebt ook voldoende doorzettingsvermogen om die denkprocessen in een strak theoretisch kader te kunnen plaatsen.
  • Je kan zelfstandig informatie opzoeken en verwerken en je beschikt over voldoende sociale vaardigheden om in groep samen te werken. Dit is noodzakelijk om de leerlingenproeven goed te kunnen uitvoeren en verslagen te schrijven.
  • Een sterke aanleg voor wiskunde (cursus van 6 uur in de studierichting Wetenschappen – Wiskunde en 4 uur in de studierichtingen Latijn – Wetenschappen en Moderne Talen – Wetenschappen) is noodzakelijk. In de derde graad wordt er heel wat theoretisch inzicht (met de bijhorende wiskundige rekentechnieken) gebruikt om wetenschappelijke verschijnselen juist te kunnen interpreteren en berekenen.
  • Je hebt in de tweede graad goede resultaten gehaald voor de wetenschapsvakken en voor (vijf uur) wiskunde.
  • Als je niet de richting Wetenschappen gevolgd hebt in de tweede graad, kan je toch kiezen voor de pool Wetenschappen in de derde graad (als je voldoet aan de hierboven vermelde voorwaarden.
  • Als je in de tweede graad vier uur wiskunde gevolgd hebt, zijn er sterke tegenaanwijzingen om in een studierichting met de pool Wetenschappen te starten.
  • Je bent bereid om regelmatig te werken, om zo ook inzicht in de leerstof te verwerven.
  • Je moet beschikken over voldoende doorzettingsvermogen om moeilijke wiskunde problemen op te lossen.
  • Je hebt in de tweede graad blijk gegeven van voldoende wiskundig aanleg en je bent gemotiveerd om je in te spannen voor het vak.
  • Je volgt het advies van de klassenraad en van de leraar wiskunde op het einde van het vierde jaar.

 

Vereiste studieachtergrond

STUDIERICHTING DERDE GRAAD
Economie (+ 1u. ec ) ASO o
Economie (+ 1u. wi ) ASO x Met extra inspanning
Grieks – Latijn ASO x Met extra inspanning
Latijn (+ 1u. wi ) ASO x Met extra inspanning
Latijn (+ 1u. ta ) ASO o
Humane wetenschappen ASO o
Wetenschappen ASO x Normale overgang
Handel TSO o

 

Doorstromen naar het hoger onderwijs

Vanuit een studierichting met de component wiskunde is een doorstroom naar alle richtingen in het hoger onderwijs (universiteit en hogeschool) mogelijk. In de lessen wiskunde leer je op een abstracte en gestructureerde manier denken. Dit zijn vaardigheden die bij iedere verdere studie van pas komen.

Vanuit de pool Wetenschappen in de derde graad zijn er zeer ruime doorstroommogelijkheden naar het hoger onderwijs. Zonder volledig te willen zijn, denken we bijvoorbeeld aan:

  • Alle studierichtingen Wetenschappen
  • Alle studierichtingen Toegepaste Wetenschappen
  • Alle ingenieursopleidingen
  • Geneeskunde